CEO’s en directeuren uit de Energiesector met elkaar in gesprek. Het Lerend platform Energie & Omgeving (LEO) laat kennis met elkaar delen.

Samen praten, luisteren en delen heeft zin. Dat bleek wel na de bijeenkomst van 29 november, waar organisaties die betrokken zijn bij de energietransitie, kennis uitwisselden. Inzichten werden gedeeld, perspectieven toegelicht en elkaars standpunten werden begrepen. Er werd geleerd. In een open en informele sfeer.

De bijeenkomst, die werd georganiseerd door LEO, had als doel mensen bij elkaar te brengen en kennis te delen om zo de energietransitie te versnellen. Volgens het beleidsplan dat de energietransitie voorschrijft, hebben we nog ruim twee jaar om duurzaam te worden. Er moet dus hard gewerkt worden.

Rond half 3 kwamen de eerste de deelnemers binnen voor een kopje thee, koffie en een echte Bossche bol. De sfeer was informeel. In zijn welkomstwoord sprak Patrick Lammers, CEO van Essent, ook over de energietransitie. Lammers: ‘De energietransitie werkt alleen als iedereen mee kan doen. Om te versnellen moeten we nu soms moedig zijn en grote beslissingen nemen.’ Hij noemde de Raad van Kinderen, die bij Essent een belangrijke adviserende rol heeft. ‘Om te realiseren dat wij in 2050, als deze kinderen een jaar of 45 zijn, een volledig duurzame energievoorziening hebben, moeten we daar hard aan werken.’

Na het welkomstwoord leidde Zita van Aggelen van het LEO kernteam het event in. Ze vertelde kort over het ontstaan van LEO: ‘LEO werd een jaar geleden opgericht en dat kwam voort uit de vraag hoe wij elkaar kunnen helpen bij de energietransitie. Wij kwamen tot een platform met partijen uit verschillende hoeken zodat leerpunten vanuit diverse perspectieven kunnen worden bekeken. Op die manier kun je elkaars rol beter snappen en begrip hebben voor de ander.’

Dat het platform vruchten begint af te werpen, bleek wel uit de grote deelnamebereidheid van verschillende organisaties en bedrijven. Uniper, Eneco, TU Delft, Engie, de ministeries van BZK en EZK, de Natuur en Milieufederatie – allemaal deelnemers die hun kennis graag deelden en van elkaar wilden leren. Omdat de energietransitie niet iets is dat je in eigen land alleen kunt regelen, waren ook Belgische organisaties aanwezig: Dirk Vansintjan van REScoopEU en Ilse Tant van Elia.



Ilse Tant, Chief Public Acceptance Officer in de directie van Elia, was plenair spreker. Ze vertelde hoe en waarom Elia, landelijk netbeheerder van België, public acceptance op directieniveau heeft geborgd en hoe dat hen helpt. ‘Public acceptance is niet alleen luisteren maar er moet draagvlak zijn voor activiteiten voor de energietransitie. Van belang is de dialoog met externe partijen. Zij willen weten wie je bent en waar je staat. Wat is je identiteit? Dat is de basis van je dialoog. Dat wil de gemeenschap weten.
Ook is het van belang dat je toegevoegde waarde creëert en levert wat je belooft. Het moet dus haalbaar zijn. Wij zijn netbeheerder en hebben dus veel data. Als je werkt in het belang van de gemeenschap dan zijn er verschillende antwoorden op de vraag welke weg moet worden ingeslagen naar duurzaamheid, bevoorrading en zekerheid. Met veel stakeholders is het van belang om vragen te stellen op basis van basishypotheses. Dat is dan de basis voor verdere ontwikkeling van de infrastructuur.’

In haar presentatie verwees Tant naar de participatieparadox waarbij mensen wel worden opgeroepen om te participeren maar vaak pas in een later stadium getriggerd raken om mee te denken. Daardoor worden zij vaak te laat bij het proces betrokken. ‘Omdat het belangrijk is dat er voldoende draagvlak is, moet de omgeving in een vroeg stadium worden betrokken bij de ontwikkeling. Bij ons houdt dat in dat dit gebeurt voordat er een investeringsbesluit komt. Eerst moet er voldoende vertrouwen en draagkracht zijn vanuit de omgeving, pas dan gaan we verder. Bij ons is dan ook een van de onderdelen van het public acceptance actieplan dat ook onze engineers meegaan naar de klant en direct contact hebben.’ Ook noemde Tant dat ze rekent op samenwerking met andere landen om de doelstellingen van de energietransitie te halen.

Na het plenaire gedeelte gingen de deelnemers naar de eerste tafel waar ze vooraf bij waren ingedeeld. Er waren twee tafelrondes van elk een uur. Elke deelnemer was dus aanwezig bij twee onderwerpen.

Over zes onderwerpen werd gesproken:
  1. SOM (strategisch omgevingsmanagement) borgen in de organisatie.
  2. Samenwerken met energiecoöperaties.
  3. Gasloze wijken.
  4. Verdelen van lusten en lasten bij grootschalige opwek.
  5. De nieuwe Omgevingswet en Social Impact Assessment (SIA).
  6. Doorrekening van de impact van de energietransitie in de openbare ruimte.



Zita van Aggelen, verantwoordelijk voor de bijeenkomst, had de deelnemers zoveel mogelijk persoonlijk uitgenodigd. Een persoonlijke benadering vindt ze belangrijk. Dat was ook het uitgangspunt bij het maken van de tafelindelingen. ‘We hebben geprobeerd zoveel mogelijk partijen die van elkaar kunnen leren over een bepaald onderwerp aan dezelfde tafel te zetten. Veel bedrijven hebben niet echt contact met elkaar en als je iemand kent dan stap je daar makkelijker op af. Naast het delen van kennis is dit dus ook een mooie gelegenheid om je netwerk uit te breiden. En dat komt uiteindelijk de samenwerking weer ten goede. En dus een versnelling van de energietransitie.’

Een van de deelnemers merkte op dat ze het heel fijn vond om bij een onderwerp te zitten waarmee ze zelf slechts zijdelings te maken heeft. ‘Juist omdat ik er niet heel direct bij betrokken ben, was het voor mij makkelijker om gewoon eens te luisteren naar wat iedereen te zeggen had. Daardoor kon ik de informatie veel makkelijker begrijpen, ik hoefde immers niet mijn verhaal kwijt, en daarom begrijp ik nu de verschillende perspectieven.’

LEO kan terugkijken op een geslaagd event waarbij iedereen iets heeft gebracht en gehaald. Er is in openheid met elkaar gepraat en naar elkaar geluisterd en dat is heel belangrijk voor het laten slagen van de energietransitie. Ook verschillen die er zijn tussen Nederland en België werden opgemerkt. Zo is het Dirk Vansintjan opgevallen dat er in beide landen anders wordt gekeken naar stakeholders en dat de coöperaties in Nederland anders zijn georganiseerd dan in België. In Nederland zijn ze opgezet door burgers terwijl de coöperaties in België onderdeel zijn van grote bedrijven. Dat geldt overigens niet voor Eneco België, die niet zo’n ‘eigen’ coöperatie heeft. Ook zijn er in Nederland coöperaties van ondernemers (Windunie) en tuinders die samen rond warmte bezig zijn.
Zita van Aggelen sloot het event af met de plannen voor volgend jaar. Het jaarplan voor 2018 wordt gemaakt. LEO wil graag, net als aan het begin van dit jaar met minister Kamp, een bijeenkomst met de minister. Als het lukt zal dat rond februari zijn. Verder zal LEO gaan professionaliseren en zullen de activiteiten worden uitgebreid met meer bijeenkomsten en verdere samenwerking met de NMF en POM.

Verslaglegging
Een uitgebreid verslag van de sessies wordt onder de deelnemers verspreid. Voor een beeldverslag van de bijeenkomst, bezoek het online fotoalbum.
Ook kunt u de presentatie over Strategisch Omgevingsmanagement in het kader van de energietransitie van Ilse Tant inzien.
Voor een overzicht van de aanwezigen, download hier de deelnemerslijst
 
Deel deze pagina: