LEO blogt 9 april 2019

Procesparticipatie wettelijk verplichten: een slecht idee?

logo LEO

Onder de noemer "LEO Onderzoekerspodium" verschijnt in aanloop naar de Sectorbijeenkomst op 16 mei elke twee weken een gastblog door een onderzoeker op onze website. Deze keer is het woord aan Anne Schipper.

Procesparticipatie wettelijk verplichten: een slecht idee?

Iedereen heeft het erover: onder de Omgevingswet wordt vroegtijdige procesparticipatie wettelijk verplicht. Een ontwikkeling die past bij de toenemende aandacht voor procesparticipatie bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder windenergieprojecten. De vraag blijft echter: hoe? Hoe ziet de wetgever dit voor zich? Wat wordt er van wie verwacht? En wanneer is het goed genoeg? Dit zijn vragen die de gemoederen bezighouden. In mijn onderzoek naar vroegtijdige procesparticipatie ligt de focus op drie aspecten: de wettelijke verplichtingen uit de Omgevingswet, de verwachtingen van de wetgever hierover en de de huidige praktijk van vroegtijdige procesparticipatie bij windenergieprojecten. De vraag die zich daarbij opdringt is: moeten we procesparticipatie wel wettelijk verplichten?

Wat zegt de wet?

De Omgevingswet verplicht een aantal zaken omtrent vroegtijdige procesparticipatie bij toepassing van het instrument Projectbesluit. Hier gaat waarschijnlijk het overgrote deel van de windenergieprojecten onder vallen (namelijk 5-100 MW). De wet schrijft het volgende voor:


Wat verwacht de wetgever eigenlijk?

Na onderzoek blijkt dat de wetgever meer verwacht dan de wettelijke voorschriften. De belangrijkste bron van deze verwachtingen is de Inspiratiegids Participatie. Hieruit blijkt dat de geest van de Omgevingswet een stuk verder gaat dan de wettelijke tekst. Interviews met medewerkers van EZK en BZK bevestigen dit.

Aanvullende verwachtingen:

Wat leert de praktijk ons?

Uit interviews met 14 personen met praktijkervaring in participatieprocessen kwamen de volgende voorwaarden naar voren voor een positieve uitkomst van het proces.

Conclusie

De verwachtingen van de wetgever zijn deels terug te vinden in de wettelijke verplichtingen, maar geen van de voorwaarden uit de huidige praktijk heeft een wettelijke verankering. De intrinsieke motivatie van de initiatiefnemer van een participatieproces is in grote mate bepalend voor de uitkomsten. Belangrijke waarden daarbij als vertrouwen, relaties opbouwen en tijd nemen om elkaar te begrijpen, komen in de wet niet terug. Door procesparticipatie aan de andere kant wettelijk te verplichten, loop je het risico dat het door de omgeving als een “moetje” wordt opgevat. Dat bemoeilijkt het ontstaan van vertrouwen. Lokale overheden hebben vaak niet de kennis of capaciteit om invulling te geven aan kaders of beleid omtrent procesparticipatie en duurzame energieopwekking, waardoor een initiatiefnemer veel ruimte krijgt om zijn stempel op het participatieproces te drukken.


De discussie over wettelijk verplichte procesparticipatie onder de Omgevingswet helpt bij het professionaliseren van participatieprocessen. De vraag blijft: is een wettelijke verplichting het beste middel om tot “betere” participatieprocessen te komen? Tijdens de sectorbijeenkomst van LEO op 16 mei praat ik hier graag over door met jullie.